Deel deze pagina op: FacebookTwitterLinkedInHyves

Op school: oplossingen voor in de klas

Opgroeien in verbondenheid

Gedurende de komende jaren zal Stichting Universele Opvoeding aandacht via diverse kanalen de aandacht richten op het belang van een kindertijd waarin kinderen kunnen opgroeien in verbondenheid. Scholen worden uitgenodigd deel te nemen aan het project, door met eenvoudige wijzigingen in de dagelijkse gang van zaken een diepgaande cultuuromslag te veroorzaken. Die wijzigingen liggen in het verzorgen van vijf aandachtsgebieden: namelijk zorgen dat elk kind goed in zijn vel zit, zinvolle contacten heeft met betekenisvolle anderen, zorg draagt voor een omgeving (die op zichzelf al de zintuigen voedt), dat elk kind voelt dat het een plaats in de maatschappij mag innemen, ongeacht zijn etnische of religieuze achtergrond en dat het een diepe band kan ontwikkelen met de natuur en het grotere geheel van het leven.

Werken aan een veilige en motiverende leeromgeving

Scholen besteden al veel aandacht aan een veilige leer- en leefomgeving, de pedagogische opdracht van de school en onderwijs dat leerlingen aanspreekt en motiveert. Dat is ook nodig, want ervaringen leren dat nogal wat leerlingen hun ongenoegen op een  manier uiten die getuigt van een gebrek aan respect voor leraren, medeleerlingen, schoolomgeving en onderwijssysteem. Dit heeft gevolgen voor het welbevinden en het gevoel van veiligheid van alle betrokkenen, met als neveneffect dat het leerproces wordt bemoeilijkt.

Onderzoek van Anouk Depuydt 1) wijst uit dat respectloos en crimineel gedrag onder jongeren vaker voorkomt naarmate er meer schakels ontbreken die zorgen voor verbinding op vijf verschillende dimensies:
1. Verbinding met jezelf
2. Verbinding met de ander
3. Verbinding met de materiële omgeving
4. Verbinding met de sociale omgeving (groep, samenleving)
5. Verbinding met de ecologische omgeving (natuur)

In de veelvuldige gesprekken die op verschillende scholen met leerlingen worden gevoerd over kenmerken van een goede, veilige school, komt iedere keer naar voren dat leerlingen zich gehoord en gekend willen voelen, dat zij het belangrijk vinden dat leraren naar hen luisteren en hen serieus nemen, dat leerlingen kunnen meebeslissen  in wat en hoe er geleerd wordt en in zaken die belangrijk zijn voor de leefomgeving. 2)

Scholen werken hard aan uitdagend en activerend onderwijs en aan het bieden van structuur, overzicht en orde om de veiligheid in school te bevorderen en om leerlingen te motiveren voor het leren op school.
Veel leerlingen geven in enquêtes en vraaggesprekken aan dat zij  ondanks uitingen van respectloos gedrag van medeleerlingen (en soms ook leraren) en ondanks ernstige incidenten zich in het algemeen best ‘veilig’ voelen op hun school. Leraren daarentegen lijken zich minder veilig te voelen door uitingen van respectloos gedrag door leerlingen waaronder regelrechte bedreigingen, soms ook fysiek geweld en minachting voor de omgeving. Zij hebben eveneens (in toenemende mate) moeite met het motiveren van leerlingen voor hun leertaken.

Vertrouwen in de school

In het rapport  ‘Vertrouwen in de school’ van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid wordt advies uitgebracht over de vraag wat scholen voor VO en MBO kunnen doen om voortijdig schoolverlaten onder ‘overbelaste’ jongeren die gebukt gaan onder een opeenstapeling van diverse problemen, te voorkomen. Schooluitval raakt niet alleen de direct betrokken, maar leidt ook tot maatschappelijke problemen.
Pieter Winsemius, die het onderzoek heeft geleid, pleit voor instituties die naast kennisoverdracht ook sociaal-emotionele ondersteuning bieden en vooral inzetten op het organiseren van structuur en verbondenheid: “Leerlingen moeten weten dat er regels zijn waaraan zij zich weten te houden, dat deze strikt gehandhaafd worden en dat zij hard moeten werken om te presteren, maar tegelijkertijd voelen dat zij erbij horen, dat er mensen zijn die om hen geven, en die hen willen helpen te voldoen aan alle eisen en regels”.

De gesprekspartners in het onderzoek zoeken de oplossing vooral in aandacht voor de individuele leerling, het bieden van een duidelijke structuur en in een brede samenwerking rondom de  ‘overbelaste’ leerlingen.
Uit het bovenstaande wordt duidelijk dat het organiseren van verbondenheid nog iets anders vraagt dan veel  scholen nu reeds ondernemen om ervoor te zorgen dat leerlingen  zich veilig voelen, structuur ervaren en zich verbonden voelen met hun leeromgeving. Het gaat hierbij om een doorleefd kunnen ervaren van verbondenheid binnen de vijf genoemde dimensies, een belangrijk tegenwicht tegen de alom gevoelde vervreemding en daaruit voortvloeiend gevoel van zinloosheid.

Het project ‘Opgroeien in verbondenheid’

Stichting Universele Opvoeding, bekend van het tijdschrift Educare, ziet in het project Opgroeien in Verbondenheid kansen voor een daadkrachtige aanpak van de problemen in het primair en voortgezet onderwijs. Het project is gebaseerd op het onderzoek van Anouk Depuydt en op het praktijktraject ‘Verbondenheid voor scholen, instellingen en gemeenten in België’, dat bedoeld is als fundamentele preventie tegen respectloos en crimineel gedrag.

Marijke Sluijter, hoofdredacteur van het tijdschrift Educare 3), trainster en expert m.b.t. het begrip verbondenheid, is initiatiefnemer van het traject: “Het project ‘Opgroeien in Verbondenheid’ richt zich via diverse media tot ouders, leerlingen, leraren en schooldirecties in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs vanuit de overtuiging dat meer verbondenheid in het leefklimaat thuis, op school en in de pedagogische en didactische aanpak van het onderwijs bijdraagt aan een harmonieuze ontwikkeling en minder gewelddadig gedrag. Daarbij gaat het om het ontwikkelen van een grondhouding van verbondenheid bij de jongeren en van een leefklimaat van verbondenheid in het gezin en op school.”

“Verbondenheid als kernidee en ijkpunt voor het pedagogisch handelen was geen toevallige keus. Een basisgevoel van verbondenheid verandert de houding van een mens tegenover zijn dagelijkse omgeving: iemand met wie je je verbonden  en voor wie je je verantwoordelijk voelt, zal je geen kwaad berokkenen. In een omgeving waar je je thuis voelt, zal je geen vernielingen aanrichten. Een groep waarmee je verwantschap voelt, zal je niet vijandig benaderen. De stichting zal daarom de komende jaren samen met belanghebbende partijen werken aan het herstellen of ontwikkelen van inhoudelijke verbondenheid met de verschillende dimensies van de omgeving.”

Deelname aan het scholentraject

Stichting Universele Opvoeding nodigt  scholen uit met haar samen te werken aan een sfeer van verbondenheid:

Een belangrijk onderdeel van het project is het Scholentraject ‘Opgroeien in Verbondenheid’. Het scholentraject wordt aan scholen voor PO en VO aangeboden. Tijdens dit traject wordt aan deze scholen een opleidingstraject aangeboden dat het mogelijk maakt het leef- en leerklimaat in de school tegen het licht te houden vanuit de focus hoe je binnen het schoolgebeuren verbondenheid met elk van de vijf dimensies mogelijk maakt.

Tijdens zes bijeenkomsten gedurende twee jaar zullen scholen handreikingen aangereikt krijgen en met elkaar verkennen en uitwisselen welke activiteiten verbondenheid creëren en een stimulerende leeromgeving bevorderen.

Van iedere deelnemende school wordt een vertegenwoordiging van drie mensen gevraagd als kern van een te vormen werkgroep in de school. Deze vertegenwoordiging is gedurende de zes bijeenkomsten die op een centraal gelegen locatie plaatsvinden aanwezig en daarnaast  actief betrokken bij de (digitale) uitwisseling onder de scholen en verslaglegging naar de trajectleiding.

Aan deelname aan het traject gaat een intakegesprek vooraf. Voorwaarde voor deelname is een breed draagvlak in team en directie en minimaal 2 afgevaardigden uit het leraren en/of zorgteam en 1 uit de staf.
De kosten voor deelname aan zes goed verzorgde bijeenkomsten inclusief materiaal (readers en gebruik van een interactieve website) bedragen €1000 per deelnemer (dus minimaal €3000 per school over twee jaar verdeeld).
Aan het traject zijn aanvullend en ter keuze aan de school trainingen en coaching op maat verbonden. Hiervoor betaalt de school apart.
Directies van scholen kunnen een oriënterend gesprek aanvragen met Marijke Sluijter via: verbindje@opgroeieninverbondenheid.nl

Samenwerking met anderen

Diverse organisaties en instellingen ondersteunen het traject vanuit een gedeelde visie op opvoeding en onderwijs.
Op de website www.opgroeieninverbondenheid.nl geven zij informatie en tips aan opvoeders en leraren. Bijkomend voordeel is dat mensen en organisaties uit het netwerk van de stichting daardoor zichtbaar worden en hun informatie  voor een breed publiek toegankelijk wordt.

Daarnaast heeft zich spontaan een groep communicatiedeskundigen en opvoeders geformeerd die zich het Vitamine-V-Team noemt. Hun doel is om via ludieke media-acties ook kinderen bij het project te betrekken en ‘over hun hoofden’ hun opvoeders en leraren.

Een comité van aanbeveling ondersteunt het project en adviseert bij de opzet ervan en de voortgang. Het bestaat uit leden die ieder een bepaalde affiniteit hebben met het gebied van verbondenheid:
Clan Visser ’t Hooft, ontwikkelaar van het Studiehuis en mede auteur van het boek Kinderen leren hun hart te gebruiken, is voormalig rector van het Roland Holst College in Hilversum, was trajectleider van het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs en voorzitter van de Begeleidingscommissie van het traject Cultuurprofielscholen in het VO. Citaat: “Leerlingen zijn eigenaren van hun eigen leerproces”.
Luc Stevens, emeritus hoogleraar orthopedagogiek aan de Universiteit van Utrecht en auteur van het boekje Zin in leren en oprichter van het Nederlands Instituut voor Onderwijs en opvoedingsZaken (NIOZ).
Citaat: “We hebben onderwijs verkeerd begrepen. Leren ontstaat pas uit de relatie tussen leerling en leraar.”
Jaap Schouten, Professor in de sociologie. Initiatior van het programma Leefstijl.
Kees Schuyt, socioloog, jurist en columnist, emeritus hoogleraar, lid van de Raad van State. Hij heeft zich vanuit diverse functies altijd bezig gehouden met mens en maatschappij en pleit onder andere voor ‘waardeoverdracht’ aan kinderen. Hij publiceerde in 2004 zijn rapport over normen en waarden en is onder andere auteur van het boek Steunberen in de samenleving.
Aat Sliedrecht, senior-consultant en directeur van ATConsult ondersteunt het proces en stelt kritische vragen aan het bestuur van de stichting en de leiding van het traject.

Voetnoten:
  1)  Anouk Depuydt: De link-wentie als oorzaak van respectloos gedrag, 2001, Leuven
  2)  Jorien Meerdink en Aat Sliedrecht: De tafel van tien van de veilige school
  3)  Educare is het tijdschrift van Stichting Universele Opvoeding. De stichting is een onafhankelijk platform dat zich in het bijzonder richt op ouders, leraren, onderwijsinstellingen en kindercentra. De stichting ontwikkelt met en voor hen producten en activiteiten die een tegenwicht bieden tegen onpersoonlijkheid, vervreemding, isolement en agressie in de samenleving. De stichting zet zich in voor het ondersteunen en bij elkaar brengen van partijen die werken aan verbondenheid in het leven van kinderen.

Een website van Stichting Universele Opvoeding...